Algemeen verhaal Alfa 33
Evert Hamminga van Squadra33 willen wij enorm bedanken voor het leveren van dit complete verhaal over de 33 en haar boxermotor. Op de site is momenteel al redelijk wat informatie te vinden over de andere typen met boxermotor. Frappant genoeg is dit het eerste flinke verhaal over de 33. Squadra 33 is op dit moment (achter de schermen) bezig met het maken van een ultiem 33 verhaal met wat meer foto's e.d. en aanvullingen op het reeds uitgebreide verhaal hieronder. Nog even geduld voor het verhaal van de 33 van A t/m Z verfraaid met persmappen e.d.
Evert nogmaals dank van ons allen! Veel leesplezier met alles over onze geliefde 33.
De 33 Story
In tegenstelling tot de Sud lag de nadruk bij de echte opvolger van meet af aan meer op de sportiviteit van de auto, dat begon al bij het nummer waarmee het type werd aangegeven: 33 (deze auto werd overigens tegelijk met de Arna ontwikkeld).


De Tipo-33 was namelijk de sportwagen die door Alfa Romeo werd ingezet in lange-afstand-races waarbij grote successen geboekt werden.
De laatste versie, de 33-TT/12 (tevens de succesvolste) was voorzien van een horizontale 12-cilinder-motor (eigenlijk een platte V-12) en aangezien een boxermotor ook horizontale cilinders heeft was de keuze voor 33 niet onlogisch. De bewuste motor is zelfs nog door het Brabham-team in de formule 1 toegepast en behoorde daar bij de snellere krachtbronnen. Er is ook een supersportwagen voor de straat geweest (33 Stradale) die echter was voorzien van een V8.

Zowel de Arna als de 33 werden door Alfa Romeo als mogelijkheid beschouwd om van het rampzalige imago van de Alfasud af te komen. De fabricagetechnieken werden onder de loep genomen, er kwamen meer robots aan te pas en ook de productiviteit van de arbeiders werd aanzienlijk verbeterd.
De vormgeving van de 33, (waarschijnlijk) ontworpen door Ermanno Cressoni van Alfa`s Centro Stile, was niet het sterkste punt van de auto, met name de knik achter de achterste deuren was aan kritiek onderhevig, de rijeigenschappen stonden echter buiten kijf. Vooral de Q.V.-uitvoering van de Bambino-Alfa (Quadrifoglio Verde, Klavertje 4; al decennia het symbool op de racewagens van het merk) waren pure sportmonstertjes. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat zowel de Arna als de 33 naast elkaar in productie zouden blijven waarbij de 33 een hogere marktpositie zou moeten innemen aangezien de wagen aldus Alfa Romeo wel wat groter was dan de Alfasud. Op grond van de slechte verkoopresultaten, zeker vergeleken met de Sud, werd de productie van de Arna na 4 jaren gestaakt. Aan het begin van de 90-er jaren volgde er een restyling van de 33 die wel iets meer inhield dan wat cosmetische aanpassingen.

Deze wijzigingen werden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Walter deSilva die later furore zou maken als ontwerper van o.a. de Alfa 156. De knik verdween, de neus en achterpartij werden naar het voorbeeld van de Alfa 164 veranderd (die door het huis Pininfarina was ontworpen). De auto werd hierdoor een stuk eleganter en de populariteit werd een stuk groter. Rond de introductie van de 33 nuova was Alfa Romeo overigens niet meer zelfstandig gebleven, Fiat had het merk, evenals Lancia, onder de hoede genomen. Een Italian Connection was altijd nog beter dan een Nippon/Italian Connection.

Hoewel de wagen eigenlijk een vijfdeurs hatchback, met sedan-trekjes (misschien beter semi-berlina), was zag hij er, vooral bij de tweede serie zeer sportief uit en ook op de racecircuits waren 33s te vinden. In Nederland reden o.a Allard Kalff en Roger Ciapponi er niet onverdienstelijk mee in toerwagenraces.
Naast de gewone uitvoering bestond er ook nog een stationwagon met de naam Sport Wagon die bijzonder populair was, misschien ook wel doordat deze was voorzien van een Pininfarina-badge achter de c-stijl. De eerste jaren heette deze auto trouwens Giardinetta, net zoals de stationwagon-uitvoering van de Alfasud.

Pininfarina had van Alfa Romeo een dubbele opdracht gekregen; 1e : Ontwerp een stationcaruitvoering van de 33. 2e: Creeer een 4x4 op basis van de 33. Op de I.A.A. te Frankfurt (1983) werd de 4x4 geintroduceerd.
Techniek
De techniek van de 33 borduurde eerst verder op die van de Alfasud maar na verloop van tijd veranderde er toch het een en ander. Er kwamen nieuwe motoren en bestaande motoren werden doorontwikkeld. In thuisland Italie was er zelfs een driecilinder (!) dieselmotor leverbaar (gebouwd door de firma V.M.). Sommige veranderingen aan de techniek waren noodzakelijk door de steeds strengere emissie-eisen die de politiek aan de autofabrikanten stelde.

Het onderstel van de 33 was eigenlijk behoorlijk conventioneel, een starre achteras met parallelle langsstangen net als bij de Alfasud, maar de wegligging was uitstekend.
Het feit dat er aan beide kanten twee langsstangen en ook nog een Panhardstang werden gebruikt onderdrukte de dribbelneiging die een starre achteras van nature heeft meer dan afdoende (oorspronkelijk zaten de langsstangen overigens per wiel tegengesteld, naar voren en naar achteren (Watts parallellogram). De voorwielophanging was vanaf de 1490 cm3 motoren voorzien van een stabilisator. Vanaf de 1.3 lusso-typen werd er stuurbekrachtiging toegepast. De 1.7l. modellen waren leverbaar met ABS. In dat geval werden zowel voor als achter schijfremmen toegepast (voor geventileerd).
Een heel interessante uitvoering was de Quadrifoglio 4 (quatro), voorzien van vierwielaandrijving. Er zijn zoals gemeld overigens ook wel zwakker gemotoriseerde versies met 4WD geweest maar in Nederland zijn die niet veel geleverd (in thuisland Italie kun je nog wel eens een Sport Wagon met 1490 cm3 motor en 4WD-techniek tegenkomen). Het systeem werkte met een Ferguson viscokoppeling die de aandrijfkrachten naar behoefte over de voor- en achteras verdeelde, afhankelijk van de grip van de verschillende wielen.
Aan het eind van zijn carriere kwamen er een aantal speciale modellen van de 33 die meestal waren voorzien van de 1351 cm3 motor. Enkele typen; Hit, Absolute, Sport Wagon Explora, Sport Wagon Firma, Privilege. Erg populair was de Imola, die voor de niet-ingewijden wel erg veel op de 1.7 Qudrifoglio Verde leek (de zijskirts waren bij de Imola echter niet gespoten in de carrosseriekleur, ook de bumpers waren niet op dezelfde manier gespoten).

De produktieaantallen;
In totaal werden 989.324 exemplaren van de 33 gebouwd, waarvan 866.958 berlina`s en 122.366 Giardinetta`s/Sport Wagons.Het miljoen werd dus net niet volgemaakt.
Halverwege de 90-er jaren moest er echter een opvolger voor de 33 komen en doordat Alfa Romeo inmiddels deel was gaan uitmaken van de Fiat-groep moest deze auto gebruikmaken van de bodemplaat van de Tipo/Tempra, die bestemd was om een dwarsgeplaatste 4-cilinder lijnmotor te herbergen. Betekende dit het einde van de boxermotor?
Wij danken Sqaudra33.com voor dit verhaal